Vetpercentage meten of BMI berekenen ‒ Wat is beter?

vetpercentage-bmiMensen die willen afvallen werken graag met steuntjes in de rug en met getalletjes. Hoewel cijfers lang niet altijd iets zeggen over je ideale gewicht en gezondheid, zijn er een aantal die weldegelijk belangrijk zijn bij het afvallen. Je BMI (Body Mass Index) en je vetpercentage zijn daar twee goede voorbeelden van. Maar wat kun je nou beter als uitgangspunt nemen tijdens het afvallen, je BMI of je vetpercentage? Hieronder leggen we alles uit over vetpercentage meten en BMI berekenen.

Vetpercentage meten of BMI berekenen ‒ Wat is vetpercentage?

Het vetpercentage is de verhouding tussen je totale lichaamsgewicht (spieren, botten, organen, bloed etc.) en de hoeveelheid lichaamsvet. Je vetpercentage wordt bij veel diëten gemeten en tussentijds gecontroleerd om de geboekte vooruitgang in kaart te brengen.

Vetpercentage meten of BMI berekenen ‒ Wat is BMI?

De BMI (Body Mass Index) is niets meer en niets minder dan de verhouding tussen gewicht en lengte. Het zegt helemaal niks over je lichaamsbouw, je vetpercentage, je levensstijl en je algehele gezondheid.

Vetpercentage meten of BMI berekenen ‒ Wat is beter?

Vetpercentage meten of BMI berekenen, wat is beter? Het antwoord op deze vraag is dus snel gegeven. Je vetpercentage is veel betrouwbaarder dan je gewicht en/of je BMI! Daar zijn verschillende redenen voor, waaronder:

• Als je veel sport bouw je spierweefsel op. Spieren zijn zwaarder dan vet, dus het kan best zo zijn dat je 5 kilo blubberig vetweefsel bent kwijtgeraakt, maar dat er 5 kilo vast en mager spierweefsel voor in de plaats is gekomen. Je BMI verandert niet, maar je vetpercentage wel.

• Je lichaam bestaat grotendeels uit water. Als je vaak plast, veel sport (en dus zweet) en/of veel water drinkt, dan schommelt je gewicht. Je gewicht zegt in veel gevallen dus niks over afvallen en vetverbranding.

• Iemand kan klein en zwaar zijn, maar erg gespierd en gezond. Een ander kan lang en licht zijn, maar een flinke portie buik- en heupvet hebben. Een korte, zware persoon kan dus fitter, magerder en gezonder zijn dan een lange, lichte persoon.

Vetpercentage meten of BMI berekenen ‒ Conclusie

Om een goede indicatie te krijgen van je lichaamsgewicht, dien je WEL je vetpercentage te meten en NIET je BMI. Je BMI geeft een verkeerde indruk van je gewicht en de daarbij horende verhoudingen. De enige reden dat veel websites met de BMI werken, is dat iemands BMI heel makkelijk kan worden berekend. Dit geldt helaas niet voor het vetpercentage. Om je vetpercentage te meten heb je een vetpercentagemeter nodig. Bij de drogist kun je er een kopen voor ongeveer EUR 19,95. Duurdere weegschalen hebben soms een ingebouwde vetpercentagemeter.

Hieronder vind je een vetpercentagetabel (NIET een BMI tabel). Hierin kun je opzoeken of je vetpercentage te laag, goed, te hoog of veel te hoog is voor jouw geslacht en leeftijd.

vetpercentagetabel

Let op: vrouwen mogen een 2 keer zo hoog vetpercentage hebben dan mannen i.v.m. borsten, heupen en billen.


Tags: , ,

Reacties op “Vetpercentage meten of BMI berekenen ‒ Wat is beter?”

Reageren op dit artikel