Tics komen vrij veel voor, voornamelijk bij kinderen. 12 tot 15 procent van alle kinderen tussen de 4 en 15 jaar oud heeft wel eens last van een tic. Ouder schrikken nog wel eens wanneer zij een tic constateren bij hun kinderen, maar dat is niet nodig. Tics verdwijnen vaak na enkele maanden en meestal binnen een jaar.
Wat is een tic?
Een tic betreft een motorische of vocale beweging of uiting die niet of moeilijk kan worden onderdrukt of tegengehouden. Tics zijn neuropsychiatrisch van aard: ze ontstaan in de hersenen. Een tic wordt veelal ervaren als onbedwingbaar. Een motorische of vocale tic heeft de volgende eigenschappen:
• Ongewild (niet opzettelijk)
• Plotseling
• Onwillekeurig
• Snel
• Niet ritmische
• Herhaaldelijk
Vaak kan een tic enkele seconden tot minuten worden onderdrukt. Een tic gaat veelal gepaard met een zogenaamde sensorische tic – een onaangename sensatie die pas verdwijnt wanneer toe wordt gegeven aan de eigenlijke tic.
[ad]
Ontstaan van tics
Tics ontstaan in de hersenen en zijn iemand dus geenszins aan te rekenen. Factoren die (zeer waarschijnlijk) een rol spelen bij het ontstaan en uiten van tics zijn:
• Erfelijke aanleg
• Psychologische factoren – Wanneer iemand aanleg heeft voor tics kunnen psychologische factoren bijdragen aan het ontstaan van tics. Ze kunnen op zichzelf geen tics veroorzaken.
• Spanning – spanning speelt voornamelijk een rol bij het (moeten) uiten van tics.
• Stress en vermoeidheid – Tics nemen vaak toe in periodes van stress en vermoeidheid.
• Concentratie – Bij concentratie vergende activiteiten vinden doorgaans geen tics plaats.
Tics – Feitjes en wetenswaardigheden
• Het verloop van tics kan sterk wisselen. Tics kunnen de ene dag zeer frequent en intensief plaatsvinden en zich de dag erop vrijwel niet voordoen.
• De plek waar tics zich voordoen kan wisselen; de ene keer knipperen met de ogen, de keer daarna trekken met de mond.
• Men spreekt pas van een ticstoornis wanneer tics dagelijks en meerdere malen per dag voorkomen en beperkend zijn voor het dagelijks functioneren.
• Wanneer tenminste twee motorische tics en één vocale tic zich voordoen en tenminste een jaar aanhouden (met uitsluitend intervallen korter dan 3 maanden) wordt de diagnose Gilles de la Tourette gesteld.
• Wanneer de omgeving begripvol omgaat met een tic, hoeft een kind niet eens te weten dat het een tic heeft.
• Druk uitoefenen om een tic onder controle te krijgen werkt vaak averechts.
• Een tic moet niet worden verward met een dwanghandeling of obsessief-compulsieve stoornis (OCS). Hierbij wordt de beweging wél bewust en opzettelijk uitgevoerd, maar onder een gevoel van dwang.
• Er zijn talloze verschillende tics. Enkele voorbeelden van vocale tics zijn: snuiven, kuchen, hijgen, fluiten, sissen, blazen, piepen, grommen, lachen en klappertanden. Enkele voorbeelden van motorische tics zijn: spieren aanspannen, vingers kraken, tenen bewegen, grimassen, ogen knipperen en sprongetjes maken.
• Het is erg belangrijk dat een kind met een tic begrepen wordt, zowel door de ouders als door klasgenootjes leerkrachten en de rest van de omgeving. Onterechte straffen, pesterijen, leerproblemen, sociale isolatie en depressie kunnen anders het gevolg zijn.

Ik heb de laatste tijd steeds meer last van het aanspannen van mijn spieren. Het doet gewoon pijn op het laatst en de spieraanhechtingen hebben knobbels van de overbelasting.
Is hier iets aan te doen?
Met vriendelijke groeten,
Els
hallo,
mijn naam is julie en ik heb een irritante trek met beide ogen en ik heb het een half jaar niet gehad en nu weer maar ik word aanvaard in mijn school maar ik moet elke dag een bus en tram nemen en ik word uitgelachen voor mijn neus en ik kan niet opblijven door dat mijn ogen vermoeid worden van het knipperen dus weten jullie soms hoe ik ervan af kan geraken ??
vriendelijke groetjes
De dochter van mijn vriend heeft volgens mij last van een tic. Ze snuft (haar neus) heel de dag door. Als je het zou tellen, zeker 100 x per uur. Wij manen haar wel vaak aan om haar neus te snuiten, maar dat helpt echter niet, of toch zeker niet lang. Hoe kunnen we dit het beste aanpakken? Is het aangewezen om met haar naar de dokter te gaan?