Pesten is een serieus probleem. Naar schatting gaan ruim 350.000 Nederlandse kinderen dagelijks gebukt onder pesterijen. Gemiddeld worden er 2 kinderen per klas gepest. Er is sprake van pesten als iemand herhaaldelijk door andere personen wordt bejegend en het slachtoffer onder deze bejegeningen lijdt.
Pesten bestaat in allerlei vormen: op weg naar school, in de schoolpauze, in de klas, op de sportvereniging en zelfs digitaal (via internet). Voor een slachtoffer is het moeilijk om zich te verweren omdat de dader lichamelijk of verbaal sterker is of hulp krijgt van zogenaamde “meelopers”. Hierdoor kunnen netelige situaties ontstaan. Hoe weet je of je kind gepest wordt; en wat kun je tegen pesten doen? Hieronder bespreken we een aantal tips…
Pesten voorkomen ‒ Tip 1: Pesten versus plagen
Verwar pesten niet met plagen. Plagen gebeurt niet structureel en wordt doorgaans niet als onvriendschappelijk ervaren. Wie geplaagd wordt, kan er zelf om lachen; wie gepest wordt, vergaat het lachen. Bij plagen is geen sprake van lichamelijke, emotionele of psychische schade; bij pesten wel degelijk.
Pesten voorkomen ‒ Tip 2: Herken pesterijen
Veel kinderen schamen zich voor hun slachtofferrol. Ze zullen hun problemen dus veelal geheimhouden. Leerkrachten die pestgedrag opmerken, zien het vaak aan voor onschuldige plagerijen, terwijl dit lang niet altijd het geval is. De volgende symptomen kunnen op pesten wijzen:
- Niet graag naar school gaan
- Niet vertellen over school
- Spijbelen
- Hoofdpijn
- Slaapproblemen
- Buikpijn
- Bedplassen
- (Over)vermoeidheid
Pesten voorkomen ‒ Tip 3: Praten, praten, praten
Als je het vermoeden hebt dat je kind gepest wordt, praat er dan over. Neem je kind serieus en ga precies na wat er tot nu toe is gebeurd. Moedig je kind aan om erover te blijven praten. Geef je kind nooit het gevoel dat het zijn of haar eigen schuld is. De volgende dingen kunnen helpen:
- Geef je kind thuis de waardering die hij/zij verdient.
- Maak duidelijk dat pesten niet “normaal” is.
- Maak duidelijk dat pesten niet zijn/haar schuld is.
- Oefen hoe hij/zij voor zichzelf kan opkomen.
- Leer je kind duidelijk zijn/haar grenzen aan te geven: “Houd daarmee op!”
- Moedig je kind aan om direct naar de leerkracht te stappen.
- Stimuleer dat hij/zij op een sport gaat voor meer zelfvertrouwen.
- Stap als ouder zijnde naar de leerkracht.
- Draai de rollen eens om en vraag de pester hoe hij/zij zich zou voelen als hij door iemand uit groep 8 werd bejegend.
- Werk aan zelfvertrouwen (assertiviteitscursus, “Kanjertraining”, psycholoog of psychiater)
